politierechtbank Ieper
Curd Vanacker
10 sep. 2022

Qué?

Het achtste lid van artikel 62 van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer voorziet:

Een afschrift van die processen-verbaal wordt aan de overtreders gezonden binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen van de datum van vaststelling van de misdrijven.”

Binnen de veertien dagen moeten het proces-verbaal worden verstuurd, de datum van ontvangst is niet van belang.

Indien de processen-verbaal binnen de termijn van veertien dagen worden toegestuurd genieten deze PV’s ‘bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen’.

Dit betekent dat de verdachte van de verkeerovertreding moet bewijzen dat de vaststellingen die vermeld zijn in het PV niet correct zijn.

De politierechter moet deze vaststellingen als waar aannemen, tenzij de beklaagde kan bewijzen dat de inhoud van het PV niet juist is.

Dit is geen eenvoudige opdracht waarmee wij u als advocaat kunnen bijstaan.

Wat als het PV niet binnen de veertien dagen is verstuurd?

Als het PV na de termijn van veertien dagen (art. 62 Wegverkeerswet) wordt verstuurd, verliest het PV zijn bijzondere bewijswaarde (“tot bewijs van het tegendeel”).

Het PV wordt in dat geval niet nietig. Het PV blijft geldig, maar geldt nog louter “ten titel van inlichting”.

De beklaagde moet dat niet langer bewijzen dat de vaststellingen niet juist zijn. De inlichtingen die hij verschaft staan op gelijke hoogte met deze die zijn vermeld in het proces-verbaal.

U kunt dan als beklaagde met getuigen, deskundigen vermoedens,… uw versie bewijzen. De politierechter behoudt uiteraard de vrijheid om de waarde van de inlichtingen in het PV en de inlichtingen van de beklaagde te beoordelen.

Als advocaat gespecialiseerd in verdediging voor de politierechtbank onderzoeken wij uiteraard altijd de rechtsgeldigheid en de bewijskracht van de vaststellingen.

Indien u beschikt over een rechtsbijstandverzekering is dit voor u volledig gratis.

Recente blogposts